Paardrijden - Wedstrijd
- Paard parkeren
Paard
parkeren
Parkeren
houdt niet meer in dan dat
het paard rustig stil blijft staan terwijl de trainer vrij rondloopt.
In de
vrijheidsdressuur moet het paard zelfstandig kunnen blijven staan
(parkeren)
zodat de trainer zijn handen vrij heeft en om het paard heen kan
bewegen zonder
dat het paard steeds achter hem aan loopt.
Daarnaast
levert ook het parkeren een belangrijke bijdrage aan de veiligheid
tijdens de
training: Een geparkeerd paard kan niet opdringerig worden. Bovendien
is hij
door deze oefening gewend om op afstand van de trainer te werken, wat
erg goed
van pas komt bij het trainen van oefeningen als de Spaanse pas, het
steigeren
en de jambette.
Er bestaan in praktijk twee
varianten op
het parkeren.
1.
De
eerste is het praktische parkeren
dat elk vrijheidsdressuurpaard beheerst, gewoon omdat hij anders geen
vrijheidsdressuur geleerd zou kunnen hebben. Bij deze variant kan de
trainer
vrij in een straal van twee meter rondom het paard lopen en zich bezig
houden
met de oefenining, zonder dat het paard ongeduldig wordt of zich
probeert om te
draaien naar de trainer toe.
2.
De
tweede variant is een uitgewerkte
versie van het praktische parkeren. Dit echte parkeren houdt in dat de
trainer
het paard ergens kan neerzetten en het paard daar vervolgens roerloos
blijft
staan terwijl de trainer bij hem wegloopt en zich vrij door de
trainingsruimte
en zelfs daarbuiten beweegt. Dit is een erg indrukwekkende oefening,
vooral als
het paard op gras staat tijdens en hier tijdens het parkeren geen
moment naar
omkijkt. Op deze manier vormt het parkeren bijna een vrijheidsdressuur
oefening an sich. Om op een goede en veilige manier
vrijheidsdressuur te kunnen
trainen is echter het praktische parkeren alleen ook al genoeg.
Het
trainen van parkeren in 4 stappen:
1.
Halthouden
Eerst
moet het paard naast je aan een doorhangend halstertouw stil kunnen
staan. Zodra hij uit eigen initiatief wil gaan bewegen, geeft je een
duidelijk
signaal voor het halthouden. Dit kan een stemhulp of het kort opnemen
van het
halstertouw zijn, net zo het paard gewend is. Als hij vervolgens blijft
staan, beloon je hem, waarbij de periodes tussen de
beloningen steeds
verder worden opgerekt. Stapt een paard uit eigen beweging weg, dan
wordt hij
weer stilgezet en pas beloond als hij enkele secondes blijft staan.
2.
Naar
achteren bewegen
Zodra
het
paard op een stemhulp halt kan houden en blijft staan, verlaat je de
positie
waarin je oorspronkelijk tijdens het halthouden stond en beweeg je je
langzaam
langs de hals en de rug van het paard naar achteren. Terwijl je dit
doet laat
je een hand over het lichaam van het paard mee naar achteren glijden,
om hem
niet het gevoel te geven dat hij er plotseling alleen voor staat.
Voor
élke
centimeter die je naar achteren kan bewegen terwijl hij blijft staan,
wordt hij
beloond. Veel paarden vinden het in het begin namelijk erg moeilijk om
de
zelfbeheersing op te brengen die deze oefening vereist. Om het paard te
laten
beseffen dat hij zelf voor het blijven staan moet zorgen, is het
belangrijk dat
je zo snel mogelijk het halstertouw los laat. Dit kan door het over de
schoft
van het paard te gooien zodat je het altijd binnen handbereik hebt.
3.
Los van
het lijf
Kun
je nu
zonder problemen langs het paardenlichaam naar de achterhand lopen, dan
is het
tijd voor de volgende stap. Je loopt nu weer naar de achterhand, maar
haalt dan
je hand van het lichaam af. Als het paard hierbij blijft staan, krijgt
hij zijn
beloning. Vervolgens wordt het loslaten uitgebreid doordat je vanaf de
achterhand opzij naar achteren wegloopt. Ook deze afstand naar achteren
moet
stap voor stap opgebouwd worden.
4.
Naar
voren
Als
het
paard hier rustig onder blijft kun je vanuit deze positie, enkele
meters schuin
achter het paard, weer langzaam naar voren bewegen totdat je ook op
enkele
meters afstand naast hem kunt staan. Vooral dit deel is vaak een
moeilijk punt
omdat het paard nu veel gemakkelijker naar je toe kan komen, zonder
eerst een
draai om zijn as naar achteren te hoeven maken. Deze beweging naar
voren moet
dus zeker langzaam en voorzichtig opgebouwd worden.
Om
elk ongewenst volgen te voorkomen is het
belangrijk om al tijdens het geven van het beloningssignaal direct
vastberaden
op zijn hoofd af te lopen. Op deze manier voorkom je dat het paard zijn
beloning komt ophalen en het halthouden dus uit eigen initiatief
verbreekt. Pas
als je vrijelijk in een straal van vijf meter rondom het paard kan
lopen is de
oefening daadwerkelijk afgerond.