Paardrijden - Wedstrijd
- Paardenles basis houding
Paardenles
basis houding
In
de basishouding kan het paard op een
ontspannen manier de juiste spieren aanspannen, van het puntje van zijn
neus
tot aan het spronggewricht.
De basishouding bereik je
door het kopstuk van
het hoofdstel (achter de oren van het paard) op schofthoogte of iets
lager te
brengen, en de neus van het paard voor in de beweging. Het paard gaat
zich
langer maken. Zakt in het kruis (daar waar ze zich meestal vast houden
en
vastlopen), waardoor het beter zijn achterbenen eronder kan gaan
plaatsen en
meer van de voorhand af komt. Het paard komt beter in balans van voor
tot
achter en aan de linker/ rechterkant, onder(buik) en boven(rug). Het
paard gaat
de juiste spieren gebruiken en ontwikkelen.
Vervolgfase
basishouding
Wanneer
de
balans bereikt is bij het paard gaan we meer van achter naar voren
rijden. Het
paard richt zich makkelijker op, naar de hand toe, zonder dat er alleen
gereden
wordt vanuit de hand. Deze basishouding is voor een paard een aangename
manier
om zich voort te bewegen en te ontwikkelen onder of zonder de ruiter
(bijvoorbeeld tijdens longeren).
Aanleuning
vragen
Als
je
aanleuning gaat vragen, is het vaak de beste manier om te beginnen met
een
lange teugel. Geleidelijk neem je de teugel steeds iets korter in
aanleuning,
met ondersteuning van de zit en benen. Let wel op dat het kopstuk niet
hoger
komt dan schofthoogte, want dan spant het paard zich weer op. Wanneer
de
basishouding goed bevestigd is bij het paard komt het makkelijker tot
een
natuurlijke oprichting, vanuit de achterhand gereden.