Paardrijden
- Gangen
Een paard of pony kan zich op verschillende manier
voortbewegen. Dit noemen we de gangen van een paard of pony. Door de
verschillende gangen te gebruiken kan een paard/pony sneller of juist langzamer
gaan. Iedere gang heeft zijn eigen specifieke beenzetting.
Stap
Dit is de langzaamste gang van je paard of pony, waarbij je duidelijk kunt
horen dat de hoeven met een 1-2-3-4 ritme neerkomen. Er zijn altijd minstens
twee benen tegelijk op de grond.
Draf
Dit is de meest natuurlijke gang van je paard of pony. Het paard springt van
het ene diagonale benenpaar op het andere. Er zit een moment tussen waarbij
alle benen van de grond zijn.
Doorzitten
Bij het doorzitten in de draf blijf je in het zadel zitten. Door je lendenen te
buigen en te strekken probeer je mee te deinen met de bewegingen van je paard
of pony. Je moet proberen niet uit het zadel te komen maar er recht in te
blijven zitten. Door je bovenlichaam langer te maken wordt dit een stuk
makkelijker!
Lichtrijden
Bij het lichtrijden in de draf kom je uit het zadel op het moment dat je paard
of pony zijn binnenachtervoet optilt. Dit heet lichtrijden op het goede been.
Je kunt hiervoor het beste op het buitenvoorbeen van je paard of pony letten.
Als dat naar voren komt moet je uit het zadel komen.
Galop
De galop is een snelle gang. Eerst hoor je een achterhoef, dan de andere
achterhoef met zijn diagonale voorhoef. Vervolgens de andere voorhoef die ver
naar voren reikt en als laatste een moment van stilte wanneer alle vier de
benen van de grond zijn.
Rengalop
Dit is de snelste gang van je paard. Het is in feite een galop met extra
snelheid en ruimere passen. Renpaarden gebruiken de rengalop bijvoorbeeld erg
veel.