Paardrijden

Paardensport

Soorten

Geschiedenis

Uiterlijk

Producten

Onderhoud

Aanschaf

Stalling

Vakantie

Transport

Kado tip

Downloads

 

Dressuur

Springen

Polo

Race

Eventing

Gehandicapten

Olympisch


Paardensport - Springen

Een spring paard kan alleen goed springen als de spring ruiter en spring paard goed samenwerken en als het spring paard zo min mogelijk gehinderd wordt door het gewicht van de springruiter tijdens het springen. Om goed te kunnen springen, zal een springruiter eerst een onafhankelijke (verlichte) zit moeten ontwikkelen om op het paard in te kunnen werken.

Verlichte zit

Om een goede balans te houden moet de springruiter leren zijn gewicht zo veel mogelijk op dezelfde plaats te houden. De spring ruiter moet stil kunnen zitten zonder zich vast te houden aan de teugels. In een goed evenwicht kan hij dan de juiste been- en teugelhulpen geven. Die juiste houding tijdens het springen noemen we de verlichte zit. De beugels zitten enkele gaatjes korter om de knieën vaster tegen het zadel te kunnen houden. Het bovenlichaam van de springruiter komt iets naar voren en omhoog waardoor zijn gewicht wordt overgebracht naar de beugels zodat de rug van het paard minder wordt belast tijdens het springen.

Soorten hindernissen

Er zijn enkelvoudige en meervoudige hindernissen voor het springen. De meervoudige bestaan uit 2 of meer spring  onderdelen. De twee belangrijkste enkelvoudige hindernissen zijn de stijlsprong en de breedtesprong of oxer. Tot de stijlsprong behoren  een aantal bomen of planken boven elkaar, een recht hek en een muur opgebouwd uit blokken. Tot de breedtesprongen behoren verschillende soorten oxers, de triple bar (schuin oplopende balken) en de sloot.

Winstpunten

Door het behalen van winstpunten kan een springruiter net als bij dressuur in een hogere klasse komen. De wedstrijden zijn te verdelen in A- en C-wedstrijden.

Kleding

Net als bij een dressuurwedstrijd moeten het springpaard en de springruiter er netjes verzorgd uitzien. Voor de spring ruiter is het dragen van laarzen, rijbroek, overhemd, das/plastron verplicht. Bij extreme hitte kan de jury beslissen of het dragen van een rij-jasje niet verplicht is.

Het rijden in overhemd, pully of T-shirt is ook bij extreme hitte niet toegestaan. Bij slecht weer kan de jury het dragen van een regenjas toestaan. Het rijden met sporen en rijzweep is altijd toegestaan. De rijzweep mag echter nooit langer zijn dan 75 cm.



Google

Copyright 2008. Alle rechten voorbehouden. Gebruiksrechtovereenkomst.
Webdesign door Daan van Hasselt