Geschiedenis - Boeren Paard
Paarden zijn krachtig en sterk. Door grote
kracht zijn sommige dieren altijd nuttig geweest. Het rund werd eerder als
trekdier gebruikt dan het paard. Dat was niet alleen omdat het rund beter te
temmen was, maar ook omdat het zo kon worden aangespannen dat zijn trekkracht
voor het grootste deel werd omgezet in energie voor het trekken van de
werktuigen en voertuigen.
Koeien en paarden
De koeien kregen een juk om, dat is een soort boom die op de schoften of aan de
horens werd vastgemaakt. Omdat een paard een lange hals heeft kon een juk
moeilijk vastgemaakt worden. Maar wanneer het paard begon te trekken snoerde
het zichzelf de keel dicht. Geen goede manier dus, maar er waren nog andere
manieren, maar ook daar kreeg men hetzelfde probleem. Daarom kon het paard maar
70 kilo trekken, wat heel weinig was voor een paard. Om er voor te zorgen dat
het paard geen last meer had van ademnood, bond de boer de houtenploeg of de eg
vast aan de staart, heel vervelend en pijnlijk voor het paard natuurlijk. Voor
de boer zat er wel een voordeel aan, zijn ploeg ging minder snel kapot omdat
het als de ploeg ergens achter bleef steken het paard van de pijn stil stond.
Daarom is het dus geen wonder dat de os, ook al was hij langzamer dan het
paard, duizenden jaren het belangrijkste trekdier was in de landbouw. Ook het
rund kreeg de ploeg soms aan zijn staart vastgebonden.
Meer paarden kracht
Maar
toen werd in ongeveer de tiende eeuw v. Chr. Het gareel uitgevonden, hierdoor
kon de trekkracht van het paard beter gebruikt worden. Een gareel of haam is
een ovaal houten raamwerk, soms met bekleding, dat over de hals van het paard
kan worden geschoven. Het verdeelt de druk bij het trekken over de borst. Toen
het haam of gareel de trekkracht van het paard beter mogelijk maakte konden
steeds meer mensen er gebruik van maken. Vooral toen er zwaardere en sterkere
rassen werden gefokt. Al was de os wat eten betreft zuiniger, maar het paard
was sneller en men dacht ‘tijd is geld’. Maar toen er nieuwe werktuigen en
machines kwamen was het werk van het paard op het land verdwenen, zo kwam het
paard terecht in de tredmolen. Deze zette het radarwerk in beweging. Andere
paarden sleten hun dagen in onderaardse mijngangen, en moesten het steenkool
sjouwen. Weer andere sjokte voor een trekschuit of postkoets.